Voorzetsels met tijd Opdrachten in de Duitse taal

Voorzetsels met tijd spelen een cruciale rol in de Duitse grammatica en kunnen soms verwarrend zijn voor Nederlandstalige studenten. Deze voorzetsels geven aan wanneer iets gebeurt en zijn essentieel voor het nauwkeurig uitdrukken van tijdsrelaties. Of je nu een beginner bent die net de basis van de Duitse taal leert, of een gevorderde student die zijn kennis wil verfijnen, het begrijpen en correct gebruiken van deze voorzetsels is onmisbaar. In deze oefeningen zullen we ons richten op het gebruik van voorzetsels zoals "um", "am", "im", en "seit", die elk hun eigen specifieke toepassingen en nuances hebben. Onze oefeningen zijn ontworpen om je stap voor stap door de verschillende aspecten van tijdsvoorzetsels te leiden, van eenvoudige zinnen tot meer complexe structuren. Je krijgt de kans om je vaardigheden te testen met gevarieerde opdrachten die je helpen om de regels en uitzonderingen te begrijpen en toe te passen. Door regelmatig te oefenen, zul je merken dat je meer vertrouwen krijgt in het gebruik van deze voorzetsels en dat je zinnen steeds natuurlijker zullen klinken. Dus duik erin en ontdek hoe je de Duitse tijdsvoorzetsels meester kunt worden!

Exercise 1

<p>1. Wij gaan *om* acht uur naar het concert (tijdstip).</p> <p>2. *In* de ochtend ga ik altijd een stukje hardlopen (deel van de dag).</p> <p>3. Zij heeft *tot* vrijdag de tijd om haar werk af te maken (deadline).</p> <p>4. *Na* het eten gaan we een wandeling maken (moment na een activiteit).</p> <p>5. *Sinds* zijn verjaardag is hij erg blij (beginpunt in het verleden).</p> <p>6. We blijven hier *voor* een maand (duur van verblijf).</p> <p>7. De supermarkt is geopend *van* negen *tot* zes (begin- en eindtijd).</p> <p>8. *Tussen* vijf en zes is het meestal druk op de weg (periode).</p> <p>9. Hij is *tijdens* de vergadering stil gebleven (periode van een activiteit).</p> <p>10. *Voor* het slapengaan leest ze altijd een boek (moment voor een activiteit).</p>
 

Exercise 2

<p>1. De vergadering begint *om* 9 uur (tijdstip).</p> <p>2. Wij hebben *in* de zomer vakantie (seizoen).</p> <p>3. Zij studeert *tot* 6 uur 's avonds (eindtijd).</p> <p>4. Ik heb mijn oma *op* zondag bezocht (dag van de week).</p> <p>5. Hij werkt *van* 8 uur 's ochtends *tot* 5 uur 's middags (begin- en eindtijd).</p> <p>6. Het feestje is *na* het avondeten (volgorde van gebeurtenissen).</p> <p>7. Wij gaan *voor* de lunch wandelen (volgorde van gebeurtenissen).</p> <p>8. De winkel is *sinds* 2010 geopend (beginpunt in het verleden).</p> <p>9. Zij gaat *binnen* een week verhuizen (tijdsbestek).</p> <p>10. De bibliotheek is gesloten *op* feestdagen (specifieke dagen).</p>
 

Exercise 3

<p>1. Ik heb een afspraak *om* 14:00 uur. (tijdstip)</p> <p>2. Hij komt *over* twee weken terug van vakantie. (periode)</p> <p>3. De winkel is *tussen* 9:00 en 17:00 uur geopend. (tijdspanne)</p> <p>4. *Sinds* vorig jaar studeer ik Duits. (beginpunt in tijd)</p> <p>5. We hebben elkaar *voor* de les ontmoet. (tijdstip voor een gebeurtenis)</p> <p>6. Ze werkt hier *al* vijf jaar. (duur van tijd tot nu)</p> <p>7. Hij belde me *tijdens* de pauze. (moment binnen een periode)</p> <p>8. Ik ga *na* het werk sporten. (tijdstip na een gebeurtenis)</p> <p>9. Zij vertrok *om* middernacht. (tijdstip)</p> <p>10. We hebben *tot* laat in de nacht gepraat. (eindpunt in tijd)</p>
 

5x Faster Language Learning with AI

Talkpal is AI-powered language tutor. Learn 57+ languages 5x faster with innovative technology.