Twee bijvoeglijke naamwoorden vergelijken Opdrachten in de Portugese taal

Het vergelijken van twee bijvoeglijke naamwoorden in het Portugees kan soms ingewikkeld lijken, maar met de juiste oefeningen wordt het al snel een stuk eenvoudiger. Bijvoeglijke naamwoorden, of adjetivos, worden gebruikt om eigenschappen van zelfstandige naamwoorden te beschrijven en kunnen in verschillende vormen voorkomen afhankelijk van het geslacht en het aantal van het zelfstandig naamwoord. In deze oefeningen richten we ons specifiek op het vergelijken van twee bijvoeglijke naamwoorden om nuances en verschillen in betekenis duidelijk te maken. In het Portugees zijn er verschillende manieren om vergelijkingen te maken, zoals door gebruik te maken van "mais... que" (meer... dan), "menos... que" (minder... dan) en "tão... como" (zo... als). Het is belangrijk om deze structuren te begrijpen en correct toe te passen om je taalvaardigheid te verbeteren. Deze oefeningen zullen je helpen om vertrouwd te raken met de regels en uitzonderingen die van toepassing zijn bij het vergelijken van bijvoeglijke naamwoorden, zodat je zelfverzekerder Portugees kunt spreken en schrijven.

Exercise 1

<p>1. Mijn hond is *groter* dan jouw hond (bijvoeglijk naamwoord voor grootte).</p> <p>2. Deze appel is *zoeter* dan die appel (bijvoeglijk naamwoord voor smaak).</p> <p>3. Het weer vandaag is *warmer* dan gisteren (bijvoeglijk naamwoord voor temperatuur).</p> <p>4. Deze auto is *sneller* dan die auto (bijvoeglijk naamwoord voor snelheid).</p> <p>5. Dit boek is *dikker* dan het vorige boek (bijvoeglijk naamwoord voor dikte).</p> <p>6. Zijn huis is *mooier* dan mijn huis (bijvoeglijk naamwoord voor schoonheid).</p> <p>7. De film was *spannender* dan het boek (bijvoeglijk naamwoord voor spanning).</p> <p>8. Mijn kamer is *lichter* dan jouw kamer (bijvoeglijk naamwoord voor licht).</p> <p>9. Deze taart is *lekkerder* dan die taart (bijvoeglijk naamwoord voor smaak).</p> <p>10. Dit probleem is *complexer* dan het vorige probleem (bijvoeglijk naamwoord voor complexiteit).</p>
 

Exercise 2

<p>1. A casa dele é *mais bonita* do que a minha (bijvoeglijk naamwoord: mooi).</p> <p>2. O livro é *menos interessante* do que o filme (bijvoeglijk naamwoord: interessant).</p> <p>3. A bicicleta da Maria é *mais rápida* do que a do João (bijvoeglijk naamwoord: snel).</p> <p>4. A comida aqui é *menos saborosa* do que no outro restaurante (bijvoeglijk naamwoord: smakelijk).</p> <p>5. O trabalho dele é *mais difícil* do que o meu (bijvoeglijk naamwoord: moeilijk).</p> <p>6. As flores no jardim dela são *mais coloridas* do que as minhas (bijvoeglijk naamwoord: kleurrijk).</p> <p>7. O cachorro do Pedro é *menos amigável* do que o meu (bijvoeglijk naamwoord: vriendelijk).</p> <p>8. O filme era *mais longo* do que eu esperava (bijvoeglijk naamwoord: lang).</p> <p>9. O quarto dela é *menos organizado* do que o meu (bijvoeglijk naamwoord: georganiseerd).</p> <p>10. A montanha é *mais alta* do que a colina (bijvoeglijk naamwoord: hoog).</p>
 

Exercise 3

<p>1. O livro é *mais interessante* do que o filme. (adjectief, vergelijkend)</p> <p>2. Esta casa é *menor* do que a outra. (adjectief, vergelijkend)</p> <p>3. A Ana é *tão inteligente* quanto a Maria. (adjectief, gelijkheid)</p> <p>4. Este carro é *mais rápido* do que aquele. (adjectief, vergelijkend)</p> <p>5. A sopa está *menos quente* do que antes. (adjectief, vergelijkend)</p> <p>6. Este exercício é *tão fácil* quanto o anterior. (adjectief, gelijkheid)</p> <p>7. Aquele prédio é *mais alto* do que este. (adjectief, vergelijkend)</p> <p>8. O filme é *menos emocionante* do que o livro. (adjectief, vergelijkend)</p> <p>9. Este problema é *tão complicado* quanto aquele. (adjectief, gelijkheid)</p> <p>10. A pizza é *mais saborosa* do que o hambúrguer. (adjectief, vergelijkend)</p>
 

5x Faster Language Learning with AI

Talkpal is AI-powered language tutor. Learn 57+ languages 5x faster with innovative technology.