Pick a language and start learning!
Genitieve voorzetsels Opdrachten in de Duitse taal

Genitieve voorzetsels vormen een belangrijk aspect van de Duitse taal, waarbij bezitsverhoudingen en andere relaties tussen zelfstandige naamwoorden worden aangeduid. In tegenstelling tot het Nederlands, waar het genitief nauwelijks meer voorkomt, speelt deze naamval in het Duits nog steeds een rol van betekenis. Het correct gebruiken van genitieve voorzetsels, zoals "während", "trotz", "wegen" en "anstatt", kan je zinnen niet alleen grammaticaal juist maken, maar ook een meer formele en verfijnde toon geven.
Het begrijpen en toepassen van genitieve voorzetsels vereist niet alleen kennis van de voorzetsels zelf, maar ook van de naamvalsvormen die hiermee gepaard gaan. Door middel van diverse oefeningen op deze pagina kun je je vaardigheden in het herkennen en juist gebruiken van deze voorzetsels verbeteren. Of je nu een beginner bent die zijn eerste stappen zet in het leren van het Duits, of een gevorderde student die zijn grammaticale kennis wil aanscherpen, deze oefeningen helpen je om de nuances van de Duitse taal beter te begrijpen en toe te passen.
Exercise 1
<p>1. Das Auto *meines* Vaters ist rot (bezit). </p>
<p>2. Wegen *des* schlechten Wetters bleiben wir zu Hause (oorzaak). </p>
<p>3. Während *der* Sommerferien besuchten wir viele Länder (tijd). </p>
<p>4. Aufgrund *der* neuen Regelungen müssen wir uns anpassen (reden). </p>
<p>5. Trotz *des* starken Regens gingen wir spazieren (tegenstelling). </p>
<p>6. Statt *des* Kuchens brachte sie Kekse mit (alternatief). </p>
<p>7. Innerhalb *des* Gebäudes ist das Rauchen verboten (locatie). </p>
<p>8. Jenseits *des* Flusses liegt ein kleines Dorf (plaats). </p>
<p>9. Unweit *des* Bahnhofs gibt es ein gutes Restaurant (afstand). </p>
<p>10. Anlässlich *des* Geburtstages meiner Mutter haben wir eine Feier organisiert (gelegenheid). </p>
Exercise 2
<p>1. Der Hund *des* Nachbarn bellt die ganze Nacht. (bezit)</p>
<p>2. Wegen *des* schlechten Wetters wurde das Spiel abgesagt. (oorzaak)</p>
<p>3. Während *der* Sommerferien reisen wir nach Italien. (tijd)</p>
<p>4. Trotz *der* Warnungen gingen sie schwimmen. (tegenstelling)</p>
<p>5. Statt *des* üblichen Kaffees trank sie Tee. (in plaats van)</p>
<p>6. Innerhalb *der* Stadtmauern befindet sich ein altes Schloss. (locatie)</p>
<p>7. Außerhalb *des* Dorfes gibt es einen schönen Wald. (locatie)</p>
<p>8. Anlässlich *des* Jubiläums gab es eine große Feier. (gebeurtenis)</p>
<p>9. Aufgrund *der* neuen Regelungen mussten sie umplanen. (oorzaak)</p>
<p>10. Unweit *des* Flusses steht ein altes Kloster. (locatie)</p>
Exercise 3
<p>1. Das Auto *des* Lehrers steht vor der Schule. (Bezittelijk voornaamwoord voor een mannelijke persoon)</p>
<p>2. Die Tür *des* Hauses ist rot gestrichen. (Bezittelijk voornaamwoord voor een onzijdig zelfstandig naamwoord)</p>
<p>3. Während *des* Sommers reisen viele Leute ins Ausland. (Bezittelijk voornaamwoord voor een mannelijk seizoen)</p>
<p>4. Wegen *des* schlechten Wetters wurde das Spiel abgesagt. (Bezittelijk voornaamwoord voor een mannelijk zelfstandig naamwoord met een bijvoeglijk naamwoord)</p>
<p>5. Trotz *des* Regens gingen wir spazieren. (Bezittelijk voornaamwoord voor een mannelijk zelfstandig naamwoord)</p>
<p>6. Die Bedeutung *des* Wortes ist mir nicht klar. (Bezittelijk voornaamwoord voor een onzijdig zelfstandig naamwoord)</p>
<p>7. Anlässlich *des* Jubiläums gab es eine große Feier. (Bezittelijk voornaamwoord voor een mannelijk zelfstandig naamwoord)</p>
<p>8. Innerhalb *des* Parks gibt es viele Spielplätze. (Bezittelijk voornaamwoord voor een mannelijk zelfstandig naamwoord)</p>
<p>9. Oberhalb *des* Flusses befindet sich eine Burg. (Bezittelijk voornaamwoord voor een mannelijk zelfstandig naamwoord)</p>
<p>10. Während *der* Reise haben wir viele Fotos gemacht. (Bezittelijk voornaamwoord voor een vrouwelijk zelfstandig naamwoord)</p>