Bijvoeglijke naamwoorden die eindigen op -ável, -ível Opdrachten in de Portugese taal

Bijvoeglijke naamwoorden die eindigen op -ável en -ível zijn een belangrijk onderdeel van de Portugese taal en kunnen vaak enige verwarring veroorzaken bij het leren van de grammatica. Deze bijvoeglijke naamwoorden beschrijven eigenschappen of kwaliteiten van zelfstandige naamwoorden en hebben een specifieke vorm die hun betekenis en gebruik beïnvloeden. Het begrijpen van hoe deze bijvoeglijke naamwoorden correct worden gevormd en gebruikt, is essentieel voor het beheersen van de Portugese taal. Door middel van verschillende oefeningen en voorbeelden, zullen we je helpen om deze bijvoeglijke naamwoorden beter te begrijpen en correct toe te passen in zinnen. In deze grammatica-oefeningen richten we ons specifiek op bijvoeglijke naamwoorden die eindigen op -ável en -ível. Deze vormen worden vaak gebruikt om mogelijkheden of geschiktheden aan te duiden, zoals "agradável" (aangenaam) of "possível" (mogelijk). We zullen verschillende oefeningen aanbieden die je uitdagen om deze bijvoeglijke naamwoorden in de juiste context te plaatsen, de correcte vormen te herkennen en te gebruiken, en zinnen te construeren die grammaticaal correct zijn. Of je nu een beginner bent of je kennis wilt opfrissen, deze oefeningen zijn ontworpen om je te helpen bij het verbeteren van je beheersing van de Portugese grammatica.

Exercise 1

<p>1. De auto was nauwelijks *rijdbaar* na het ongeluk (bijvoeglijk naamwoord dat eindigt op -baar).</p> <p>2. Het is *onmogelijk* om zonder zuurstof te leven (bijvoeglijk naamwoord dat eindigt op -lijk).</p> <p>3. Deze nieuwe software maakt het werk veel *gemakkelijker* (bijvoeglijk naamwoord dat eindigt op -lijk).</p> <p>4. De film was zo *vervelend* dat ik in slaap viel (bijvoeglijk naamwoord dat eindigt op -end).</p> <p>5. Het huis is bijna *onbetaalbaar* geworden door de hoge prijzen (bijvoeglijk naamwoord dat eindigt op -baar).</p> <p>6. De presentatie van de directeur was zeer *overtuigend* (bijvoeglijk naamwoord dat eindigt op -end).</p> <p>7. Het verhaal was zo *ontroerend* dat iedereen moest huilen (bijvoeglijk naamwoord dat eindigt op -end).</p> <p>8. Deze taak is echt *uitdagend* voor nieuwe medewerkers (bijvoeglijk naamwoord dat eindigt op -end).</p> <p>9. Het is *belangrijk* om elke dag te oefenen (bijvoeglijk naamwoord dat eindigt op -lijk).</p> <p>10. De nieuwe film was zeer *spannend* en hield iedereen op het puntje van hun stoel (bijvoeglijk naamwoord dat eindigt op -end).</p>
 

Exercise 2

<p>1. Este livro é *legível* para crianças pequenas. (adjectief dat beschrijft iets wat gemakkelijk te lezen is).</p> <p>2. A situação é *incrível* e ninguém consegue acreditar. (adjectief dat beschrijft iets wat moeilijk te geloven is).</p> <p>3. Este documento é *válido* para os próximos três anos. (adjectief dat beschrijft iets wat wettelijk acceptabel of correct is).</p> <p>4. Esta receita é *deliciosa* e fácil de fazer. (adjectief dat beschrijft iets wat goed smaakt).</p> <p>5. A nova tecnologia é *inovável* e vai mudar o mercado. (adjectief dat beschrijft iets wat vernieuwend is).</p> <p>6. O filme foi *incrível* e todos se divertiram muito. (adjectief dat beschrijft iets wat buitengewoon of fantastisch is).</p> <p>7. A ideia é *viável* e pode ser implementada com sucesso. (adjectief dat beschrijft iets wat mogelijk is).</p> <p>8. Este software é *compatível* com diferentes sistemas operacionais. (adjectief dat beschrijft iets wat goed werkt met iets anders).</p> <p>9. A proposta é *aceitável* e todos concordaram com ela. (adjectief dat beschrijft iets wat kan worden aanvaard).</p> <p>10. A paisagem era *maravilhosa* e tiramos muitas fotos. (adjectief dat beschrijft iets wat heel mooi is).</p>
 

Exercise 3

<p>1. Het resultaat van zijn werk was nauwelijks *begrijpelijk* (Het is moeilijk te begrijpen).</p> <p>2. Dit boek is echt *leesbaar* voor kinderen (Kinderen kunnen het goed lezen).</p> <p>3. De situatie was niet meer *oplosbaar* (Het kan niet opgelost worden).</p> <p>4. Het voorstel bleek uiteindelijk *haalbaar* te zijn (Het is mogelijk om te realiseren).</p> <p>5. De nieuwe regelgeving is voor iedereen *toepasbaar* (Het kan toegepast worden).</p> <p>6. Dit project is technisch gezien *uitvoerbaar* (Het is mogelijk om uit te voeren).</p> <p>7. Zijn gedrag was voor ons allen *onacceptabel* (Het kan niet geaccepteerd worden).</p> <p>8. De software is zeer *bruikbaar* in verschillende situaties (Het kan gebruikt worden).</p> <p>9. Deze theorie is praktisch gezien *onuitvoerbaar* (Het kan niet uitgevoerd worden).</p> <p>10. Het contract is juridisch gezien *bindend* (Het is verplichtend).</p>
 

5x Faster Language Learning with AI

Talkpal is AI-powered language tutor. Learn 57+ languages 5x faster with innovative technology.